Kaartentas van Sergeant Reginald Palmer

Deze kaartentas redde misschien wel het leven van Sergeant Reginald Palmer. Hij nam met No.4 Commando deel aan veel operaties. Bijvoorbeeld in Normandië en Dieppe. Op 1 november 1944 landde hij in de vroege ochtenduurtjes op Uncle Beach, Vlissingen. De Duitse kogels vlogen hem rakelings om de oren. Kogels ketsten af op zijn kaartentas. Eén kogel bleef zelfs in de kaarten steken. Later die dag gooide Reginald zijn kaartentas om onduidelijke redenen weg. Een paar dagen later trok hij door met Nr.4 Commando en liet Vlissingen, en later ook Zeeland, achter zich.

Hoe de tas hier belandde
Reginalds zoon Alan was jaren na de oorlog op zoek naar de geschiedenis van zijn vader. Hij bezocht daarom het Bevrijdingsmuseum Zeeland. Bij die gelegenheid schonk hij het museum een aantal memorabilia van zijn vader. Hij vertelde ook het verhaal van de kaartentas, dat zijn vader aan hem had verteld. Het leek een onmogelijke zaak, maar we kwamen erachter dat de tas in Vlissingen was opgeraapt door een Vlissinger. Het maakte jarenlang deel uit van de collectie van een serieuze verzamelaar, Kees Roelse uit Vlissingen. Na het overlijden van Kees droeg zijn weduwe (Addie Roelse) het bijzondere object over aan ons museum. Bij een volgend bezoek konden we Alan eindelijk de tas tonen die misschien wel zijn vaders leven redde. Er is geen twijfel of dit zijn tas is, want voorop staat duidelijk de naam PALMER. De kaart van Vlissingen toont niet alleen gebruikssporen, maar ook de gaten van de kogel die Reginald op een haar na miste.

Over Reginald Palmer
Reginald Palmer werd in januari 1918 geboren in het stadje Rushden (Northamptonshire). Na zijn schooltijd werkte hij in de schoenenhandel. Al snel sloot hij zich aan bij het Northamptonshire Territoriale Vrijwilligersleger. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog meldde hij zich bij de Grenadier Guards. Wanneer hij in 1941 hoorde dat de Commando’s dringend mensen nodig hadden, ging hij zonder aarzelen naar Weymouth om zich daar aan te melden voor  No.4 Commando. Hij werd meteen geselecteerd en volgde een basisopleiding in Schotland. Voor het grootste deel in de buurt van Fort William (waar nu het beroemde Commando Monument staat). Na deze basisopleiding volgden verdere trainingen in o.a. Cornwall en Schotland. Reginald bleef in het leger tot het einde van de oorlog, 1945.

Zoals veel ex-militairen vond Reginald na de oorlog moeilijk werk. Hij ging in overheidsdienst bij de Control Commission of Germany, een organisatie die verantwoordelijk was voor de opbouw van Duitsland. Hij woonde daarom een flink aantal jaren in Duitsland, maar keerde uiteindelijk terug naar Engeland vanwege de schoolopleiding van zijn enige zoon Alan. In 1983 ging hij met pensioen. Reginald overleed in 1991.