Poorterskostuum uit Zierikzee

In 1940 is er al snel gebrek aan textiel. Wol, zijde en katoen kan niet meer geïmporteerd worden. Voor een eerlijke verdeling worden textielbonnen ingevoerd. Tips worden gegeven in modetijdschriften om van oude kostuums en verschillende stoffen kleding te maken. Versieringen stukjes bont, strikken kraaltjes en losse nieuwe kraagjes worden een modetrend. Mantelpakjes worden veel gedragen. Mannenpakken zijn vaak van goede kwaliteit, deze worden gekeerd en vernaaid. In 1943 is er bijna niets meer te koop. “Erremoe zoekt list”, op zijn Zeeuws, maakt creatief. Naaisters gebruiken alternatieve materialen zoals: meubelstoffen, lakens, gordijnen, jutezakken, bontjes, parachutestof, nylon en gesponnen wol van bijvoorbeeld hondenhaar.

In mei 1945 is Nederland bevrijd. Na de oorlog is de krapte niet voorbij en gaat het zoeken naar alternatief materiaal door. Textiel is tot 1949 op de bon. Een regeringscommissie wordt ingesteld om de bevrijding te gaan vieren. Verzetsvrouw Mies Boissevain introduceert in deze commissie de Nationale Feestrok. Alle vrouwen in Nederland worden opgeroepen om van verschillende lievelingslapjes zo’n rok te maken. Herinneringen en data worden op de rok geborduurd. Er worden 4.000 rokken geregistreerd, maar het zijn er veel meer. Omdat de rok bestaat uit oude lapjes stof, kan bijna iedere vrouw meedoen in het verarmde Nederland.

In 1949 wordt de bevrijding van Zierikzee en het 1100 jarig bestaan van de stad groots gevierd met veel zelfgemaakte kostuums. Dit zogenaamde “Poorterskostuum” is gedragen door Coby Geluk, dochter van de smid Gerrit Geluk.