Zwanger in de oorlog

Voor wie tijdens de oorlog zwanger was, was het vaak lastig een uitzet voor de baby bij elkaar te krijgen en dat gold zeker ook voor het echtpaar Quist-de Ruijter uit Sint Philipsland. Op een dag nam de aanstaande moeder het pontje naar Zierikzee om luiers te kopen. Terugfietsend  werd ze  vanuit de lucht beschoten. Een vriendelijke Duitse soldaat bood een schuilplek aan, maar ze fietste keihard door. Toen de beschieting heviger werd, dook ze in de sloot langs de weg en viel haar fiets  boven op haar. De baby werd enkele maanden later  geboren met een blauwe plek op het dijbeen, en de familie heeft die plek altijd aan dit voorval geweten.

Uiteindelijk kwam er toch een aardige uitzet bij elkaar. Bijzonder onderdeel daarvan was een kruikje, gemaakt van een granaathuls door de smid van “Flupland”, Louis Roozemond (oom van de moeder). 

Voor de bevalling ging de aanstaande moeder naar de nonnen in het Oudemannenhuis in Steenbergen.  Daar werd op 12 juli 1943 Marijke geboren. Omdat vader als politieman weg was, zag hij zijn dochter pas enkele dagen later voor het eerst. Intussen hadden de oude mannen echter goed voor de baby gezorgd, want volgens overlevering ging het kindje van arm tot arm bij de bewoners.

Na drie maanden verhuisde het jonge gezin naar Eindhoven. Af en toe gingen ze op bezoek naar Sint Philipsland en op de terugreis ging er dan steeds het nodige voedsel mee. Het grote pak viel op en daarom werden ze aangehouden op het station van Eindhoven. Op de vraag wat er in het pak zat, zei de moeder “vieze luiers van de baby”- ze mochten daarop meteen door en het eten was gered! Toen reizen door de vele beschietingen van treinen en bussen te gevaarlijk werd, werden brieven geschreven die met vrachtrijders werden meegegeven.

Eindhoven werd 18 september 1944 als één van de eerste Nederlandse steden bevrijd door de geallieerden; de Amerkanen vanuit het noorden en de Britten vanuit het zuiden – de twee bevrijdingslegers ontmoetten elkaar in het centrum van de stad.