Sextant | Kriegsmarine

Een sextant is een nautisch navigatie-instrument, voorzien van een gradenboog en van spiegels, dat gebruikt wordt bij de plaatsbepaling op zee. Het apparaat meet de verticale hoek tussen een hemellichaam en de horizon. Als de verticale hoek, de datum en het tijdstip op het moment van meten bekend zijn, kan de meridiaan worden berekend, dus de positie in noord-zuid richting op het aardoppervlak.

Twee verschillende personen vonden, onafhankelijk van elkaar, rond 1730, de sextant uit. Dit zijn de Engelse wiskundige John Hadley (1682-1744) en de Amerikaanse uitvinder Thomans Godfrey (1707-1749).  Vanwege de grotere nauwkeurigheid heeft de sextant de jakobsstaf en het asterolabium vervangen.

Deze sextant is uitgevoerd in een lattenframe van zwart gecoat aluminium. Maker is het bedrijf C. Plath uit Hamburg. Dit exemplaar werd speciaal voor de Deutsche Kriegsmarine ontwikkeld. Op het apparaat vinden we behalve het logo van de Kriegsmarine de Duitse adelaar met daaronder de swastika.  De sextant zit nog in het originele (houten) kistje en werd in 1944 door de Duitsers achtergelaten, ergens op het eiland Walcheren. Na de Bevrijding werden alle Duitse instrumenten door de Nederlandse overheid verzameld om eventueel te worden hergebruikt. Zo kwam deze sextant  terecht op een overheidsvaartuig dat als werkgebied de Oosterschelde had. De sextant heeft aan boord eigenlijk altijd op een kast gestaan en werd alleen gebruikt tijdens oefeningen.

Bij het afstoten van het vaartuig werd deze sextant veilig gesteld door een medewerker, die het object (vanwege de historische waarde) geschonken heeft aan het Bevrijdingsmuseum.