Paravaan

Op 4 september 1944 bevrijdden de geallieerde troepen Antwerpen.  De haveninstallaties waren zo goed als ongeschonden en konden uiteraard uitstekend worden ingezet voor de aanvoer van militair materieel om daarmee een snelle doorstoot tot in het hart van Duitsland van de geallieerden te bespoedigen.  Daartoe moest echter de vaarroute naar Antwerpen, de Westerschelde, in geallieerde handen zijn.

Een uiterst belangrijke taak bij het op gang brengen van de aanvoerlijnen was het mijnenvrij maken van de toegangsvaarwegen en de havens.  In de zomer van 1944 hadden de Duitsers in de Westerschelde-monding namelijk honderden mijnen gelegd.

De operatie om de Westerschelde mijnenvrij te maken, droeg de codenaam Calendar.  Al op 1 november, dus nog tijdens de gevechten op Walcheren en Zuid-Beveland, werd een begin gemaakt met het opruimen van de (zee)mijnen in de Westerschelde.  Pas op 28 november 1944, 85 dagen na de bevrijding van Antwerpen, voer het Canadese bevoorradingsschip Fort Cataraqui als eerste schip in een konvooi de haven van Antwerpen binnen.


S.S. Fort Cataraqui in de haven van Antwerpen

 

Zodoende werden de aanvoerroutes, tot dan toe nog steeds vanuit de kunstmatige havens in Normandië, aanzienlijk bekort en de capaciteit van overslag vergroot. De opening van de haven van Antwerpen droeg in belangrijke mate bij aan de geallieerde overwinning. 

Onze Paravaan
Op zaterdag 13 november 2007 houdt hengelsportvereniging ’t Sloe uit Nieuwdorp een viswedstrijd aan het strandje van de Kaloot nabij Borssele, precies aan de monding van de Westerschelde. Tijdens de viswedstrijd zien de vissers iets uit het strand omhoogsteken wat heel erg lijkt op een torpedo. Clublid Jaap de Jonge uit Nieuwdorp licht meteen Kees Traas van het Bevrijdingsmuseum in en deze komt een kijkje nemen.  Op zijn beurt waarschuwt Kees de autoriteiten.  De vindplaats wordt in eerste instantie afgezet omdat het dan nog onduidelijk is of het om een explosief gaat. De opgetrommelde Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) onderzoekt het torpedovormige voorwerp en komt al snel tot de conclusie dat het geen explosief is, maar een zogenaamde paravaan. Deze is in 1944 gebruikt om in de Westerschelde zeemijnen te vegen en onschadelijk te maken.

Dit type paravaan is een met vlag getooide torpedovormige drijver en is een onderdeel van een oropesa veegtuig. Onze paravaan is waarschijnlijk lek (en los) geslagen met het ontploffen van een zeemijn en zo aangespoeld op het strand en daar onder het zand geraakt waar hij 63 jaar later weer tevoorschijn kwam.

Nadat de EOD het object gecontroleerd heeft en vaststelde dat het niet om een explosief gaat, wordt besloten het object over te dragen aan het Bevrijdingsmuseum Zeeland.

De paravaan belandt voor een aantal jaar in de opslag van het museum. Dan stelt één van de vrijwilligers van het museum, Hendrik Marinus (“Eine”) Koens uit Ovezande voor om de paravaan naar zijn schuur in Ovezande te brengen, waar hij meteen enthousiast begint met de restauratie.  Helaas is Eine op 23 november 2013 overleden, maar dankzij zijn inspanningen kunnen we de paravaan van het strandje van Borssele nu tonen aan onze bezoekers.