ID-plaatje | Evacuatie Tholen

In Zeeland weet bijna iedereen wel dat het eiland Walcheren in 1944 door bombardementen van de geallieerden onder water werd gezet. Veel minder bekend is dat ook elders grote oppervlakten onder water werden gezet, maar dan door de Duitse bezetter.

Al ruim voor de landing in Normandië  besluit de Duitse bezetter delen van Nederland onder water te zetten ter voorkoming van mogelijke aanvallen van de geallieerden. Erwin Rommel, inspecteur-generaal van de Atlantikwall, komt zelfs tweemaal naar Nederland om de inundaties te bespreken. Een eerste inundatiebevel komt al op 11 februari 1944 en het betreft met name gebieden in Noord- en Zuid-Holland. De bevolking krijgt tot half maart de tijd om te vertrekken. Daarna worden sluizen geopend en gemalen stilgezet en overstroomt het land.

In de zomer van 1944 is door de Duitse wehrmacht al ruim 50.000 hectare onder water gezet. Rondom Rotterdam en in een wijde cirkel rond Amsterdam wordt het waterpeil opzettelijk omhoog gebracht. Delen van de Oude Hollandse Waterlinie in Utrecht volgen. Verder worden gebieden geïnundeerd in de kop van Overijssel, in Friesland en in Groningen. Vooral in het noorden van Nederland heeft daarnaast ook het gebrek aan brandstof voor de gemalen een rol gespeeld.

 


Wanneer  de geallieerde dreiging in Zuidwest-Nederland voor de Duitsers groter en groter wordt,   worden door de Duitse bezetter grote delen van Schouwen-Duiveland, St Philipsland en Tholen opzettelijk onder (zee)water gezet. De bevolking van deze gebieden wordt geëvacueerd. Daaronder ook de dan ruim negen jaar oude Betsy Havermans uit oud-Vossemeer.

object van de maand maart 2018 2
Dit is Betsy Havermans (20-03-1935). De foto is gemaakt in de Dorpsweg in Oud-Vossemeer, ter hoogte van de RK lagere school Sint Anthonius. De kerktoren op de achtergrond is van de hervormde kerk; rechts de RK pastorie en de RK Willibrorduskerk.

Vanaf de inundatie tot november 1944 wordt Betsy met haar ouders, broer en zus geëvacueerd naar de Rembrandtstraat 15 in Bergen op Zoom, in de wijk Nieuw-Borgvliet; ze wonen in bij Mw. Marie Raats-Nuts, een zus van moeder.

Er wordt alles aan gedaan het leven zo gewoon mogelijk voort te zetten en Betsy gaat dus ook in Nieuw-Borgvliet naar de lagere school, de Gerardus Majellaschool, een meisjesschool. Deze school staat aan de Oude Huijbergsebaan / hoek Rembrandtstraat, bij een nonnenklooster en bij de molen.

Op deze school krijgen alle kinderen op een gegeven moment een rond geëmailleerd plaatje uitgereikt, dat ze (in ieder geval) op school altijd aan een kettinkje om de hals moeten dragen. Het is een voorzorg voor als er eens iets zou gebeuren met de school (bv. een bombardement). De geëmailleerde plaatjes kunnen namelijk niet verbranden. Het plaatje van Betsy (Eliz.) is bewaard gebleven.