Restauratie | Caterpillar D4

In oktober 1944 bombardeerden de geallieerden de dijken van Walcheren met de bedoeling het eiland onder water te zetten (inundatie). Deze inundatie was nodig om Walcheren in handen te krijgen en was daarmee de aanzet tot de bevrijding van Walcheren en andere delen van Zeeland.

Het eerste gat werd geslagen in de dijk bij Westkapelle, op 3 oktober 1944. Dat gat was echter niet breed genoeg om het hele eiland onder water te zetten. Daarom hebben de geallieerden de dijk nogmaals gebombardeerd, evenals de Nolledijk en de dijk bij Fort Rammekens (beiden bij Vlissingen). Twee dagen later volgde de  dijk tussen Veere en vrouwenpolder.

Infatuate II
Op 1 november 1944 om 03.15 uur ging operatie Infatuate II van start. Vanuit Oostende vertrokken 25 ondersteuningsvaartuigen, 81 verschillende types landingsboten, 20 hulpschepen, het slagschip Warspite en de kanonneerboten Roberts en Erebus en om 08.20 uur openden de Warspite en de Roberts het vuur op de Walcherse kustbatterijen. De batterijen W15 (Westkapelle) en W17 (Domburg) werd het zwijgen opgelegd. Even na 10.00 uur wist het eerste landingsvaartuig de kust van Westkapelle te bereiken en de Royal Marines Commando’s en het No. 10 (Inter-Allied) Commando zetten voet aan wal. Ze werden begeleid door allerlei voertuigen, waaronder (gepantserde) bulldozers die de bom- en granaattrechters (die obstakels vormden voor de troepen die aan wal kwamen) dicht konden schuiven. De geallieerden veroverden de kustbatterij W15. Rond 11.45 uur was Westkapelle in geallieerde handen.

Het dichten van de dijkgaten
Nadat Walcheren was bevrijd, kon het dichten van de dijkgaten en het opruimen van de oorlogsschade beginnen. Dit was echter niet eenvoudig door gebrek aan materialen zoals rijshout en stenen, het ontbreken van voldoende transportmiddelen en de totaal vernielde infrastructuur. Ook de nog aanwezige mijnenvelden leverden gevaar op bij de werkzaamheden. Pas in juli 1945 kwam de operatie goed op gang, vooral omdat personeel en materieel uit de rest van Nederland pas na 5 mei 1945 ingezet konden worden. Toen ook kwam zwaar materieel van het leger beschikbaar, zoals bulldozers en vrachtwagens. Op 12 oktober 1945 werd het dijkgat bij Westkapelle weer gesloten.

In het verwoeste Westkapelle werd naast gepantserde bulldozers ook niet gepantserd materieel ingezet. In 1946 haalde Wim de Braal van de onderneming “Nieuwenhuijse & de Braal” uit Kruiningen twee door de geallieerden achtergelaten Caterpillar bulldozers uit de dijk. Na de revisie van de motoren waren deze bulldozers tot 1965 bij dit bedrijf in gebruik.

Het Bevrijdingsmuseum Zeeland heeft op dinsdag 22 november 2016 een Caterpillar D4 uit 1943 als schenking ontvangen van de heer H. (Henk) Meijer uit Stad aan ’t Haringvliet. Henk (geboren 18-03-1935) had deze bulldozer al jaren geleden op de kop getikt en mogelijk is het één van de twee Caterpillars die uit de dijk kwamen (dit wordt momenteel uitgezocht). Hij vond dat dit exemplaar vanwege de historische waarde terug moest naar de provincie Zeeland.

De kleur van de bulldozer was oorspronkelijk leger-groen, maar hij is later (Caterpillar-) geel geverfd. De groene kleur bevindt zich nog steeds onder de gele verflaag. Onze restaurateurs zullen de bulldozer weer in authentieke staat terugbrengen.

Uiteraard is het museum erg blij met deze aanwinst, zodat het verhaal van de drooglegging en het opruimen van de oorlogsschade op het eiland Walcheren kan worden geïntegreerd in de nieuwe expositiehal.

caterpillar d4 1