Slag om de Schelde

In 1944 waren er twee veldslagen in West-Europa die van beslissende betekenis waren voor het einde van Nazi-Duitsland. Als eerste waren dat de landingen op de kusten van Normandië op 6 juni 1944 met de daarop opmars door Frankrijk en België. De tweede doorslaggevende slag was de strijd om de Westerschelde waardoor de havens van Antwerpen weer in gebruik konden worden genomen om het vastgelopen geallieerde offensief te kunnen bevoorraden en de finale opmars door Duitsland te beginnen. Het gebruik van de havens van Antwerpen was voor de westelijk geallieerde legers essentieel om Nazi-Duitsland te verslaan. Het grote belang van Antwerpen wordt nog eens onderstreept door het Duitse Ardennenoffensief dat aan het einde van 1944 tot doel had de havenstad te heroveren op de geallieerden. 

De noodzaak voor het in gebruik nemen van de havens was des te belangrijker geworden doordat de aanvoerlijnen vanuit de provisorische havens in Normandië steeds langer werden en de duizelingwekkende opmars door Frankrijk en België en plannen voor het doorstoten via de Nederlandse rivieren en de Ardennen tot staan was gekomen. Door overmoed lieten de geallieerden de vaarweg naar Antwerpen aanvankelijk links liggen en koos men voor een snelle doorstoot naar het hart van Duitsland.

 
De vertraging die de grotendeels mislukte operatie Market Garden te weeg bracht, stelde de Duitse strijdkrachten in staat substantiële eenheden uit Frankrijk en België via Zeeland terug te trekken en een nieuwe verdediging in te richten in Zeeland en in Noord-Brabant.

De Scheldemonding, die zo begin september 1944 zonder aanzienlijke problemen had kunnen worden ingenomen, was hierdoor begin oktober veranderd in een nieuwe versterkte linie. Het kostte de geallieerde strijdmacht uiteindelijk drie weken en 12.873 militairen aan doden, gewonden en vermisten, waarvan 6.367 Canadezen, voordat de Westerschelde kon worden bevrijd en een begin kon worden gemaakt met het openen van de zwaar bemijnde doorvaart naar de havens van Antwerpen. Op 28 november van dat jaar zou uiteindelijk het eerste konvooi in Antwerpen aankomen.

De Slag om de Westerschelde verliep uiteindelijk via een weken durende strijd om Zeeuws Vlaanderen, een opmars van Antwerpen naar Bergen op Zoom en via Zuid Beveland in de richting van Walcheren en tenslotte het onder water zetten van het eiland Walcheren en landingen rond Vlissingen en bij Baarland en Westkapelle. Duitse stellingen aan de kant van Zeeuws Vlaanderen en op Walcheren waren het doel. Zo was het noodzakelijk om na de landing in Normandië, een tweede keer de krachtige Duitse kustverdediging (Atlantikwall) aan te vallen met een invasie. Dit keer te Westkapelle en Vlissingen. De directe bombardementen op de dijken van Westkapelle, Vlissingen, Ritthem en Veere hadden tot doel Walcheren onder water te zetten. Nooit eerder heeft een dergelijk aanvalsplan bestaan. De inundatie bepaalde de strijd om Walcheren. Met de onderwaterzetting van Walcheren werden de bestaansmogelijkheden voor de bevolking grotendeels ontnomen.

De Canadese verliezen bij de opmars van Antwerpen tot aan de bevrijding van Walcheren waren zo groot dat in de geschiedschrijving een vergelijk wordt gemaakt met de Canadese verliezen in de Eerste Wereldoorlog aan het front bij Passendeale. Het bleek uiteindelijk de bloedigste strijd die de Canadezen  in de Tweede Wereldoorlog hebben moeten leveren. De Canadese historicus Mark Zuehlke gaf niet voor niets zijn boek over de Canadese inname van de Westerschelde de titel ‘Terrible Victory’ mee. Veteranen die ook in Normandië waren geland vertelden later dat die op Walcheren het zwaarst was geweest. Procentueel waren de verliezen zelfs zwaarder dan tijdens D-Day. Toen op 8 november de laatste Duitse weerstand aan de Westerschelde was gebroken was dit zo’n belangrijk feit dat Eisenhower, Churchill en Roosevelt onmiddellijk hiervan op de hoogte werden gebracht. Generaal Eisenhower zou later verklaren: ‘Het einde van het nazidom kwam duidelijk in zicht toen het eerste schip ongehinderd de Schelde opvoer.’ 

De Slag om de Schelde is na het einde van de Tweede wereldoorlog grotendeels in vergetelheid geraakt. De strijd om het openen van de havens van Antwerpen was het resultaat van verkeerde prioriteiten van een verdeeld geallieerde opperbevel waarmee de kans verloren ging de oorlog eerder te beëindigen. Het gevolg was een bloedige strijd waarvan ook de bevolking massaal het slachtoffer werd. De strijd ging gepaard met grootschalige verwoestingen. Reden om deze slag niet prominent in de geschiedschrijving te etaleren. 

Een belangrijke andere reden van deze vergetelheid was dat de geallieerden troepen met name uit Canadezen bestonden. De Canadezen waren de stiefdochter van de Britse strijdkrachten. De officiële Canadese militaire geschiedschrijving maakt dit met de titel van het boek over Canadese inzet in noord­west Europa ‘Cinderella Army’ maar al te duidelijk. Dit verklaart mede dat de gevechten om de Westerschelde geheel ten onterechte grotendeels buiten de belangstelling zijn gebleven.

Voor Zeeland begon een moeizaam proces van wederopbouw, een strijd die niet lang daarna in februari 1953 een nieuwe zware tegenslag kreeg te verwerken.

slag om de schelde 1